|
Een waarheid als een kroeg …
In de 35 jaar sinds ik voor het eerst zonder ouders een etablissement betrad waar je het woordje ‘kroeg’ op kunt plakken is het uitgaan heel erg veranderd: de mensen die je treft aan toog of bar zijn vele malen jonger dan in 1975.
Toen bestond de geachte clientèle voornamelijk gevoelsmatig uit bejaarden of mensen die rap op weg waren naar die status. Bejaardentehuizen stonden nog net niet te flyeren naast de kassa of op het terras. Meer dan de helft van die mensen, kroegtijgers en een enkele echte vriend of vriendin is thuis ingeslapen, geëmigreerd, door de kinderen murw gejankt, aan een carrière ten onder gegaan of gewoon dood.
Onherstelbaar gewonden zijn er onder de doordieselende dagelijkse zekerheidjes van de gemiddelde bareigenaar natuurlijk ook gevallen. Daar is geen ontkomen aan. Dit feit schrikt de klant van het moment even op, maar al snel is ook de laatste onbetaalde rekening vergeten of bij elkaar gelapt door de overlevenden van een steeds kleiner wordende generatie.
Maar als ik ‘kroeg’ schrijf bedoel ik natuurlijk niet ‘knekelhuis’. Hoewel realiteit, is ook dit maar een zijlijntje van een veld vol in alcohol gedrenkte gezelligheid, dat nog altijd de boventoon voert. En als liefhebber van een goed gesprek of serie flauwe en al jaren uitgekauwde grappen ben ik toch ook ‘in’ voor een lekker stukkie muziek. Maar alles met mate natuurlijk. Net zoals de te genieten drankjes. Alles met maten.
Soms is een mens de regelmatig terugkerende en niet altijd even literaire gespreksonderwerpen als voetbal, drank, politiek en zelfs (mooie) vrouwen even stikzat. Dan verlang je gewoon naar een lekker stukkie muziek. Dat kan vanuit een tot behangfunctie gedegradeerde radio die altijd op praatzender Hilversum 2 staat, omdat je dan ‘zo lekker bij blijft’, tot aan continue vergeten hits op bijvoorbeeld Arrow Classic Radio. Lekker neuriën op de onvergetelijke tonen van ‘Child in Time’ of hakkenklakkend en biermorsend, maar oervals ‘Whole Lotta Rosie’ en tot beperkt plezier van derden, deze ACDC hit keihard meebrullend.
Gelukkig doet de dubbele monding van een jachtgeweer op ooghoogte de klant in kwestie, sneller dan op dat moment klinkende riffs, beslissen het zwijgen er toe te doen. Als enig alternatief voor eeuwig zwijgen een redelijk alternatief.
Als laatste is er de band: eufemisme voor ‘levende’ muziek. Houterige of geheel niet bewegende jongeren, die op veelal luidruchtige wijze hun manier van ‘levende’ muziek plots een heel andere lading mee weten te geven. Maar ook dit gaat en komt met regelmatige pozen. De klant met het scherpe, door fanatiek al dan niet vrijwillig gevolgde muzieklessen, oor zou in dit verband mogelijk spreken van een sinus- of muziekgolf achtige harmonie.
Het begint altijd een tijdje met ‘the blues’. Sterft de kroeg op zondag van de spijkerbroeken en cowboylaarzen. Lekkere chicks met te zware billen in te strakke jeans met de neus tegen die van een angstig kijkende zanger of sologitarist vormen de kirrende aanvalslinie. Mannen met grijzend borsthaar en te ver openstaande denimhemden, waarover de laatste meedogenloze resten van een eens zo weelderige coupe, vormen de nors kijkende achterhoede. De sfeer is goed en ontspannen.
Dan ontdekt iemand ‘the jazz’. Kindje van de blues en niet voor iedereen weggelegd. Zenuwachtig getoeter en voor God en het Vaderland willekeurig dobberende ritmepartijen vormen de vaak onbegrepen basis voor zowel de zopas gestarte muzikant als het onwetende publiek. Feitelijk nog ‘bleu’ van de hiervoor beluisterde ‘blues’.
Dan de mooiste tijd voor de grootste groep: ‘rock’. De bierpomp staat zelden stil. Roken is ineens weer stilzwijgend toegestaan en tegen de heersende kabinetsmores in gedoogd. Het niveau oorverdovend en niemand hoort het gerinkel van een vergeten telefoon als DCMR of getergde buren proberen door te dringen tot het bezopen brein van de eigenaar.
Rockers zijn toffe gasten. Slaan je wel eens voor je muil of pikken je wijf. Stelen desnoods je bier of ‘lenen’ 50 Euro, maar staan altijd voor je klaar. Zeker als ze op de motorfiets zijn van het Albert Hein huismerk Harley-Davidson. Vaak zie je die continu op tournee zijnde groep na eenmaal nooit meer terug en dan zijn we weer gelijk bij ons oorspronkelijke uitgangspunt: de onbetaalde rekening!
Alleen ditmaal van een gemotoriseerde kudde overlevenden. Cycli, allemaal cycli. En zo gaat het generatie na generatie. … van overgrootvader op opa op vader op zoon op kleinzoon op achterkleinzoon …
En dat is een waarheid als een kroeg!


















